De megaplantages in het veenwoud van Borneo zijn een catastrofe!

Orang-oetan in Centraal-Kalimantan, Borneo De veenbossen op Borneo zijn de thuisbasis van orang-oetans, neusapen, Maleise beren en nevelpanters (© Rita Sastrawan) Een kindje loopt over smeulende veenbodem in Katingan, Borneo Rijstplantages op veengronden zijn gedoemd te mislukken (© Wetlands International) Gerooide veenbos voor het één-miljoen-hectare-rijstproject in Centraal-Kalimantan, Borneo Intacte veengronden slaan koolstof op – ontbossing verwarmt het klimaat (© Rita Sastrawan)

De Indonesische regering streeft een krankzinnig project na dat gevolgen kan hebben voor iedereen op deze aarde: De grote veengebieden van Borneo staan op het punt vernietigd te worden om er enorme rijstvelden aan te planten. Bijna 200 Indonesische groeperingen zeggen NEE tegen dit plan. Steun deze eis alsjeblieft!

Appel

Aan: President Joko Widodo, de Minister voor Milieu en Vorsten Siti Nurbaya Bakar, de Gouverneur van de Provincie Centraal-Kalimantan Sugianto Sabran, het Districtshoofd van Pulang Pisau Eddy Pratowo, de Directeur van de veenoverheid Nazir Foead

“Stop! Het Cetak Sawah "Food Estate" mag niet doorgaan omdat het nóg een milieu- en klimaatramp zal veroorzaken!”

Lees de begeleidende brief

Milieuactivisten en de bevolking op Borneo zijn geschokt. De regering, onder leiding van president Joko Widodo, plant 300.000 ha grote rijstplantages. Er wordt gezegd dat deze plantages bedoeld zijn om de voedselvoorziening voor de bevolking te verzekeren. De regering noemt het project eufemistisch "Food Estate", of in het Indonesisch "Cetak Sawah", wat letterlijk ongeveer "rijstvelden opleggen" betekent. De plantages zullen worden gebouwd op veenbossen, waarvan sommige kaal, uitgedroogd en afgebroken zijn, permanent broeikasgassen uitstoten en talrijke conflicten veroorzaken.

Één van deze gebieden ligt in de provincie Centraal-Kalimantan. Onder dictator Generaal Suharto liet de regering 1,4 mio. ha veenbossen rooien in de jaren '90. Het doel was toen hetzelfde als vandaag: De voedselvoorziening beveiligen door grootschalige industriële teelt van rijst. 

Het bos op veenmoerassen van Indonesië dat bijna de helft van alle tropische veenbodems uitmaakt is bijzonder belangrijk voor de wereldwijde bescherming van het klimaat. Veengrond slaat 20 keer zo veel koolstof op als minerale bodems. Het kappen en droogleggen zet de koolstof en andere klimaatschadelijke gassen vrij in de atmosfeer. 13 tot 40 % van de globale uitstoot komt door de verwoesting van de veenmoerassen.

Ruim 200 Indonesische organisaties en milieuactivisten verzetten zich tegen de nieuwe krankzinnige plannen. Heeft de regering niets van het verleden kunnen leren? Waar is de politieke wilskracht om de veengebieden eindelijk serieus te herstellen? Waarom zet de regering in op industrieel geëxploiteerde monoculturen i.p.v. landbouw die door boeren wordt gerund.

Steun de Indonesische milieuactivisten alsjeblieft:

"Wij zijn tegen de rijstplantages op veengronden in Centraal-Kalimantan en in andere gebieden van Indonesië!"

Achtergronden

Milieumisdaden aan de wouden op veengrond van Borneo

De mensen op Borneo leiden sinds decennia onder een extreem hoge luchtvervuiling door rook wanneer de bossen, plantages en vooral de veengronden branden. Sinds meer dan 20 jaar behoort Indonesië tot de grootste klimaatvervuilers wereldwijd – vooral op grond van deze veenbranden.

De grootste brandhaard is tot op de dag van vandaag het één-miljoen-hectare-rijstproject PLG (Pengembangan Lahan Gambut = ontwikkeling van de veenmoerassen) uit de jaren '90. Zowel op ecologische als ook op economische en sociale vlakte is dit project een mislukking. De veenbossen zijn gedeeltelijk vernietigd – en daarmee is een waardevol leefgebied voor orang-oetans, neusapen, Maleise beren en nevelpanters verloren gegaan. De mensen zijn ontheemd en rijst groeit er tot nu toe nog steeds niet (ook geen natte rijst) want de bodem is te zuur. Veel migranten die voor werk van andere eilanden kwamen zijn teleurgesteld weer vertrokken. Erger nog, de voormalige veenmoerassen zijn tot vandaag drooggelegd, uitgedroogd, vernield, gedegradeerd en smeulen en branden van binnenuit.

Talrijke pogingen om het gebied met zijn metersdikke veenlagen en talrijke veenkoepels te rehydreren en te herbebossen zijn grotendeels mislukt. Het is een dure en enorme klus om ontwateringskanalen te blokkeren zodat het water de veenlagen opnieuw kan bevochtigen. Bovendien hebben de eigenaars van de talrijke oliepalmplantages en -mijnen die zich hier hebben verspreid, geen belangstelling voor moerassen en veengebieden.

Als de aangetaste veengebieden en nog intacte veenbossen nu worden omgezet in rijstplantages, zal de klimaatcatastrofe zich versterken. Want de ervaring heeft laten zien dat hier geen rijstteelt mogelijk is.

Voedselvoorziening door rijst op veengrond?

In 2017 kondigde de regering opnieuw haar plan aan om de voedselvoorziening met rijstplantages – ook op veengronden – op Borneo veilig te stellen. Investeerders hebben weliswaar hun interesse getoond in met moderne technologieën geëxploiteerde plantages, maar tot nu toe is geen plan uitgewerkt. Één van de redenen: Omdat de uitstoot uit verwoeste veenmoerassen zo hoog is en de reductie van de uitstoot de grootste voordelen voor het klimaat met zich meebrengt, hebben projecten voor de bos- en klimaatbescherming zich juist hier gevestigd. Grote gebieden met rijstvelden brengen het nut in gevaar van de programma's voor het herstel van drooggelegde veengebieden. 

Midden in de Corona-crisis lijkt de regering het plan in een versnelde procedure en zonder betrekking van de bevolking te kunnen uitvoeren. Lokale maatschappelijke groeperingen waarschuwen echter voor dit project. Zij vrezen dat het project zal mislukken en grote sociale problemen en milieuschade met zich mee zal brengen.

                                                      *********

Stop het "Food Estate" Cetak Sawah op veengrond in Centraal-Kalimantan!

Niet nóg een catastrofe!

In de Verklaring van maatschappelijke organisaties van Indonesië eisen bijna 200 groepen en milieuactivisten een echte landbouwhervorming op basis van de bestaande landbouwkundige diversiteit en weigeren megaplantages die veel kleine boeren en inheemse volkeren doen verarmen.

Sinds enkele weken hoort men van de Indonesische regering weer het oude verhaal van "rijstvelden op veengrond". Opnieuw krijgen mensen lege beloftes van volle rijstkommen voorgeschoteld. Rijstvelden moeten uit de veengrond worden gestampt. Maar tegelijkertijd worden bossen en velden verwoest voor exploitaties die niet voor de voedselvoorziening dienen. Boeren worden gecriminaliseerd en conflicten over landbouwgrond beperken de leefruimte en soevereiniteit in voedingskwesties van het volk enorm. En dit alles middenin de Corona-pandemie.

Midden in de COVID-19-pandemie voert de regering de voedselcrisis als excuus aan om het nieuwe rijstveldproject in het gebied van het voormalige PLG (een rijstproject op 1 miljoen hectare veengrond) te bespoedigen. Het PLG-rijstproject is de geschiedenis ingegaan als een catastrofe. De veenbossen zijn vernietigd, de veengrond is nooit hersteld en is de oorzaak van milieuverwoesting en de hoofdreden geworden voor veenbranden in de laatste twee decennia. Pogingen om het gebied te herstellen zijn mislukt. Ze falen vandaag de dag nog steeds omdat de regering de politieke wil ontbeert. In plaats van te hebben geleerd van het PLG-project is de regering van plan om juist hier een ongeveer 300.000 ha grote rijstplantage aan te leggen. Ze zegt dat dit een strategisch nationaal project zou zijn, maar zonder enige transparantie, wetenschappelijke studies of betrekking van de bevolking. Momenteel probeert het Ministerie van Milieu en Bossen dit te omzeilen door een "Snelle Strategische Milieubeoordeling" uit te voeren in plaats van een echte milieubeoordeling, zonder de bevolking te raadplegen en zonder respect van de burgerrechten en milieuaspecten.

Wij eisen van de regering om de fouten uit het verleden niet te herhalen en geen nieuwe ramp te veroorzaken. De regering moet stoppen om de pandemie als excuus te gebruiken om veengebieden te exploiteren. Wij zeggen beslist: “NEE!”, en eisen om het project te stoppen gebaseerd op de volgende overwegingen:

Ten eerste: Dit project zal leiden tot winstverlies van de staat.

Dit project moet worden stopgezet met het oog op de sombere ervaringen uit het verleden. Onder de vorige regeringen is het PLG (een rijstproject op 1 miljoen hectare veengrond), dat onder de president Soeharto van de "Nieuwe Orde", in 1995 werd gestart op grond van het Presidentieel Decreet 82/95 en uiteindelijk in 1998 onder het bewind van BJ Habibie door Presidentieel Decreet 33/98 werd beëindigd, jammerlijk mislukt. De redenen voor de mislukking waren gebrek aan begrip en gebrek aan sociaalecologische studies over veen-ecosystemen. Dit project heeft de staatsbegroting ten minste 1,6 biljoen roepia (100 miljoen euro) gekost. Maar het gebied is nooit de rijstkamer van Indonesië geworden. In plaats daarvan zijn er nu oliepalmplantages te vinden. Het is ronduit huiveringwekkend dat het PLG-project werd gefinancierd met geld uit het herbebossingsfonds, dat eigenlijk bedoeld is voor het herstel van de bossen.

Na het mislukken van het PLG-project waren er ten minste twee belangrijke politieke besluiten over het herstel van het veengebied. In de eerste plaats Presidentieel Decreet 80/1999, dat de getroffen bevolking compensatie toekent, en Decreet 2/2007, dat 3,9 biljoen roepia (240 miljoen euro) ter beschikking stelt voor het herstel van de veengebieden. Er waren echter geen verklaringen voor het gebruik van dit gebied. Later (na de branden van 2015) nam de veenautoriteit BRG het voormalige PLG-gebied over. Het herstel, die ook met staatsmiddelen werd gefinancierd, had de hoogste prioriteit, maar de resultaten zijn onbeduidend. De feiten tonen aan dat bijna alle rijstplantages in Indonesië – met als kenmerken: groot gebied, door de staat gefinancierd en particulier geëxploiteerd – telkens weer mislukken en met corruptie zijn verbonden. De verwoeste veengebieden zijn nog duurder voor de staat: economische schade vanwege de bosbranden, kosten voor brandbestrijding en verarming van de bevolking.

Ten tweede: Het project verwoest het milieu en de mensen zijn de dupe!

De verwoesting van de natuur en het opofferen van mensen moet nu eindelijk eens stoppen! Want het economische systeem is mislukt en het ontwikkelingsmodel dat gebaseerd is op de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen heeft ernstige gevolgen voor het voortbestaan van het leven op onze planeet en de toekomst van de mensheid. De aarde wordt momenteel geconfronteerd met twee ernstige problemen – de klimaatcrisis en de gezondheidscrisis – als gevolg van het falen van de overheid om het algemeen belang en de hebzucht te beschermen van bedrijven die winst blijven maken met de vernietiging van de natuur. Veengronden zijn een uniek ecosysteem en erg belangrijk voor het evenwicht van het klimaat en de bescherming van de soortenrijkdom in waterrijke gebieden. Deze laatste kunnen op hun beurt zoönosen voorkomen die hun oorsprong in de verwoesting van de natuur hebben.

Het plan van de regering om rijstplantages op veengebied aan te leggen laat weer eens zien dat de regering zich niet interesseert in de bescherming van het ecosysteem veenmoerassen. Dit project zal ernstige gevolgen hebben, een fragiele en catastrofale toekomst, die bewust door de regering zelf wordt gecreëerd. Het toenmalige één-miljoen-hectare-rijstproject (Ex-PLG) is nu al een catastrofe. De grote soortenrijkdom is vernietigd of bedreigd. In dit moerassige gebied zijn bomen te vinden zoals de gonystylus bancanus of de shorea balangeran, terwijl in veengebieden endemische te vinden zijn. De natuurlijke habitat van de orang-oetans is verloren gegaan en vele duizenden kilometers aan hoofd- en zijkanalen blijven achter als een gedenkteken, de oorzaak van het opdrogen van de veengronden en de bron van de catastrofale branden in Centraal-Kalimantan, die zelfs in de buurlanden voelbaar zijn. Bosbranden hebben bovendien ernstige gevolgen voor de gezondheid van de burgers, zoals aandoeningen van de luchtwegen en voortijdig overlijden. Bovendien hebben ze te lijden onder de uitstoot van broeikasgassen.

Na de verschrikkelijke branden in 1997, waarbij het hele gebied werd verwoest, 80 procent van het landschap is verbrand en 150 miljoen ton koolstof werd uitgestoten, staat het gebied elk jaar in brand. In de jaren 2015 tot 2019 waren precies hier de meeste hotspots te vinden: 465.003 ha brandden af, hetgeen overeenkomt met 39 % van het totale verbrande oppervlak van Centraal-Kalimantan. Dezelfde gebieden branden herhaaldelijk als voorheen.

Het falen van de overheid om het recht op een gezond milieu te beschermen werd juridisch bevestigd. Volgens de arresten heeft de regering zich schuldig gemaakt aan wetsovertredingen, zoals het Hooggerechtshof in zijn arrest 3555/K/Pdt/ 2018 van 16 juli 2019 heeft bevestigd. Dit proces (citizen law suit) is geïnitieerd door burgers. Zij hadden geëist dat de regering wettelijke maatregelen zou nemen om de branden tegen te gaan en de veengebieden te beschermen. De planning van rijstplantages op veengronden toont opnieuw de onwetendheid van de overheid, die veengebieden wil ontsluiten in plaats van ze te beschermen en te herstellen.

Ten derde: De regering zou de voedselproductie aan de boeren moeten overdragen en hen een recht op land moeten geven.

Na het mislukken van de PLG zou de regering het gebied moeten herstellen. De bevolking moet een vergoeding krijgen, zoals sommigen die er al één hebben gekregen. In werkelijkheid neemt de ongelijkheid in landgebruik echter toe en breken er steeds weer grondconflicten uit. Dit is het gevolg van het beleid om vergunningen te verlenen voor oliepalmplantages in een groot deel van het PLG-gebied. Zowel de regelgeving voor landgebruik als andere wettelijke voorschriften worden overtreden als de vergunningen worden afgegeven in bosgebieden of beschermde veengebieden. Deze overtredingen spelen zich onder de ogen van iedereen af en worden nog steeds niet wettelijk vervolgd. Dit leidt tot grondconflicten en diefstal van inheems land. De tradities in de landbouw en de visserij, die het milieuvriendelijke gebruik precies regelen, worden vernietigd en ook de gemeenschappelijke grondbewerking van de inheemse volkeren gaat verloren. Bovendien heeft de vestiging van immigranten uit andere eilanden – transmigranten – de sociale structuur en de traditionele vormen van grondbezit in sommige gebieden veranderd. Wanneer staatssystemen van landtitels botsen op traditionele ideeën over land, is dit één van de oorzaken van het conflict.

Op basis van bovenstaande overwegingen stellen wij, een coalitie van maatschappelijke organisaties op het gebied van milieu en inheemse rechten, duidelijk en ondubbelzinnig:

"Wij zijn tegen rijstplantages op veengronden in Centraal-Kalimantan en andere gebieden van Indonesië".

In tijden van pandemie zou de regering haar prioriteit op de natuurlijke hulpbronnen moeten leggen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen. Naast de aanpak van de directe dreiging van COVID-19 moet de regering ook samenwerken om ongecontroleerde klimaatverandering te voorkomen, zodat de temperatuur wereldwijd niet meer dan 1,5 graden stijgt. De overheid moet het landbouwsysteem en het grootschalige grondgebruik radicaal veranderen. We hebben een echte landbouwhervorming nodig die gebaseerd is op soevereiniteit in voedingskwesties en lokale kennis. Alleen op die manier kunnen de volksgezondheid en de duurzaamheid van het natuurgebruik op de lange termijn worden verbeterd. Tegenwoordig zou de overheid de voedseldiversiteit en lokale varianten in de verschillende delen van Indonesië moeten bevorderen. Zij moet de landbouw van de boeren bevorderen op geschikte grond of op voormalige plantages en op gedegradeerde minerale bodems om de voedselproductie te optimaliseren. Boeren zouden toegang moeten krijgen tot eenvoudige technologieën; grootschalige landbouw, dure technologieën en landbouw op veengronden zouden moeten worden afgewezen.

We roepen de regering ook op om te stoppen met het ontginnen van landbouwareaal voor infrastructuur, mijnbouw en oliepalmplantages. Een dergelijk beleid dient niet de belangen van de bevolking. Het is nu tijd om de landbouw en de voedselproductie terug te geven aan de boeren die de steunpilaren in de landbouwstaat Indonesië zijn.

Voor gerechtigheid en voor het milieu!

Coalitie van maatschappelijke organisaties en personen

  • 1 Eksekutif Nasional Wahana Lingkungan Hidup Indonesia (WALHI)
  • 2 Greenpeace Indonesia
  • 3 Auriga
  • 4 ELSAM
  • 5 Pusaka
  • 6 Save Our Borneo
  • 7 JPIC Kalimantan
  • 8 LBH Palangkaraya
  • 9 Solidaritas Perempuan Mamut Menteng Kalteng
  • 10 Progress
  • 11 Jikalahari
  • 12 Yayasan Betang Borneo (YBB)
  • 13 Yayasan Anak Dusun Papua (YADUPA)
  • 14 Lembaga Studi dan Advokasi HAM (ELSHAM) Papua
  • 15 Pantau Gambut
  • 16 Andi Wijaya - LBH Pekanbaru
  • 17 AMAN Kalteng
  • 18 PP MAN
  • 19 PB AMAN
  • 20 MADANI
  • 21 Perkumpulan Hijau - Jambi
  • 22 Kaoem Telapak
  • 23 PILNET Indonesia
  • 24 WALHI Kalteng
  • 25 Asep Y. Firdaus
  • 26 Gemma Ade Abimanyu - DD WALHI Kalteng
  • 27 Kissworo DC – WALHI Kalsel
  • 28 Yohana Tiko – WALHI Kaltim
  • 29 Nicodemus Ale – WALHI Kalbar
  • 30 Rere Christanto - WALHI Jatim
  • 31 Ismail Alhabib - WALHI Jateng
  • 32 Jessix Amundian - WALHI Babel
  • 33 Halik Sandera - WALHI Yogyakarta
  • 34 Riko Kurniawan - WALHI Riau
  • 35 Tubagus Soleh Ahmadi - WALHI DKI Jakarta
  • 36 Murdani - WALHI NTB
  • 37 Abdul Haris - WALHI Sulteng
  • 38 Aiesh Rumbekwan - WALHI Papua
  • 39 Hairul Sobri - WALHI Sumsel
  • 40 Irfan Tri Mursi - WALHI Lampung
  • 41 I Made Juli Untung Pratama - WALHI Bali
  • 42 Uslaini - WALHI Sumbar
  • 43 Saharuddin - WALHI Sulawesi Tenggara
  • 44 Umbu Wulang - WALHI NTT
  • 45 Ahmad Rusydi Rasjid - WALHI Maluku Utara
  • 46 M. Nur - WALHI Aceh
  • 47 Muhammad Al Amin - WALHI Sulsel
  • 48 Rudiansyah - WALHI Jambi
  • 49 Meiki W Paendong – WALHI Jawa Barat
  • 50 Romes Ip - KALIPTRA Andalas
  • 51 Yohanes Akwan - Perkumpulan Bin Madag Hom Teluk Bintuni - Tanah Papua
  • 52 Sarah Agustio - Tim Kerja Perempuan dan Tambang
  • 53 Angga Septia - Perkumpulan Alami
  • 54 Susan Burdam (Individu)
  • 55 Khairuddin Zacky (PBH Kalimantan)
  • 56 EcoNusa
  • 57 Papua Itu Kita
  • 58 Perkumpulan Panah Papua
  • 59 Dewan Masyarakat Adat Momuna (DMAM) Papua
  • 60 LinkAr - Borneo
  • 61 Marko Mahin (Forma HOB/LSD-21)
  • 62 Yayasan Tanah Merdeka
  • 63 ICEL
  • 64 Konsorsium Pembaruan Agraria
  • 65 Elpagar
  • 66 HUMA
  • 67 Siti Maimunah, JATAM
  • 68 Forest Watch Indonesia
  • 70 JKPP
  • 71 RMI
  • 72 IHCS
  • 73 Perkumpulan Bahtera Alam
  • 74 Agus Sutomo, Kalimantan Barat
  • 75 NTFP- EP Indonesia
  • 76 Tjatur Kukuh S - Santiri Foundation
  • 77 Mukti Ali, Kawal Borneo
  • 78 FOKER LSM Papua
  • 79 Fian Indonesia
  • 80 HaKI
  • 81 debtWATCH Indonesia
  • 82 Genesis Bengkulu
  • 83 PPLH Mangkubumi - Jawa Timur
  • 84 JPIK
  • 85 Roedy Haryo Widjono AMZ, Nomaden Institute CrossCultural Studies
  • 86 Rahman Dako, Japesda Gorontalo
  • 87 Solidaritas Perempuan
  • 88 KIARA
  • 89 Barid Hardiyanto
  • 90 Kartini Samon, GRAIN
  • 91 Ahmad sja, Padi Indonesia
  • 92 Etnika Semesta Katulistiwa kaltara
  • 93 LBH Papua
  • 94 Papuan Voices Nasional
  • 95 Perkumpulan Terbatas Pengkajian dan Pemberdayaan Masyarakat Adat(pt.PPMA) Papua
  • 96 AMAN Sorong Raya
  • 97 Adi Syaputra Kelopak Bengkulu
  • 98 Papua Forest Watch (PFW)
  • 99 Sulteng Bergerak
  • 100 Jufriansyah, STABIL (Sentra Program Pemberdayaan dan Kemitraan Lingkungan), Kaltim
  • 101 YALI Papua
  • 102 Yayasan YAPHI Surakarta
  • 103 Peruati Kalimantan Tengah
  • 104 Pasah Kahanjak
  • 105 Jaringan Perempuan Borneo
  • 106 Peruati Kalimantan Selatan
  • 107 Sumiati Suryani-Aliansi Perempuan Kalimantan
  • 108 Komunitas Dayak Voices
  • 109 Taibah Istiqamah
  • 110 Ode Rakhman
  • 111 Wahana Tani Mandiri
  • 112 RETINA Institute
  • 113 Paulus A. Y. D.
  • 114 Anton P. Wijaya
  • 115 April Perlindungan, Buruh Harian Lepas
  • 116 Fajri NS
  • 117 Puan Mahakam - Kalimantan Timur
  • 118 Komunitas Pelangi Kalimantan Selatan
  • 119 SKPKC Fransiska Papua
  • 120 Louise Theresia
  • 121 SKP Kame - Merauke
  • 122 Gemapala Fak- Fak
  • 123 Trend Asia
  • 124 Kalbis Care Share
  • 125 BEM FMIPA UI
  • 126 BEM FH UI
  • 127 Jaga Rimba
  • 128 Novita Indri
  • 129 KPA ARKADIA UIN JKT
  • 130 KMPLHK RANITA UIN SYARIF HIDAYATULLAH JAKARTA
  • 131 MAGIPALA
  • 132 Ian Arya Danarko
  • 133 Brian Chafariz Nursidiq
  • 134 PKD MAPALA JABODETABEKA
  • 135 Benua Hijau Indonesia
  • 136 KMPA EKA CITRA UNJ
  • 137 Komunitas Island Not For Sale
  • 138 KMPA Manunggal Bhawana Institut Teknologi Indonesia
  • 139 MAPADIKA USNI
  • 140 PKW MAPALA Tangerang Selatan
  • 141 KMPLH Farmasi UHAMKA
  • 142 Rustandi Adriansyah, Lembaga Advokasi Rakyat, Palembang
  • 143 Juliade - LPMA
  • 144 Gusti Nordin Iman, Yayasan Sumpit (Kalsel)
  • 145 Rudy Redhani
  • 146 Institute for National and Democracy Studies (INDIES)
  • 147 Pembaru Indonesia
  • 148 Front Mahasiswa Nasional
  • 149 TuK Indonesia
  • 150 LEMBAH
  • 151 LBBT Pontianak
  • 152 Institut Menua Punjung (IMP)
  • 153 Norman Jiwan
  • e. v. a.

Begeleidende brief

Aan: President Joko Widodo, de Minister voor Milieu en Vorsten Siti Nurbaya Bakar, de Gouverneur van de Provincie Centraal-Kalimantan Sugianto Sabran, het Districtshoofd van Pulang Pisau Eddy Pratowo, de Directeur van de veenoverheid Nazir Foead

Geachte President,
Geachte dames en heren,

Indonesische milieuorganisaties en -activisten waarschuwen voor het catastrofale plan van de regering om 300.000 ha industrieel geëxploiteerde rijstplantages op veengronden aan te laten leggen.

Op basis van de ervaringen met het PLG-project en het moeilijke herstel van de ontboste en uitgedroogde veengebieden, concluderen milieuactivisten dat het nieuwe plan wel grote sommen geld zal verbruiken, maar waarschijnlijk niet zal werken. Het Cetak-Sawah-project verwoest het milieu want het is gebaseerd op de exploitatie van hulpbronnen. Dit soort economisch beleid bedreigt het overleven van de mensheid op aarde.

Juist nu, in tijden van de Corona-pandemie en de klimaatcrisis die steeds urgenter wordt, zou Indonesië zijn veengebieden effectief moeten beschermen. Veengronden zijn een uniek ecosysteem en erg belangrijk voor het evenwicht van het klimaat en de bescherming van de soortenrijkdom in waterrijke gebieden. Dit soortenrijkdom kan op zijn beurt zoönosen voorkomen die hun oorsprong in de verwoesting van de natuur hebben. Indonesië zou de serieuze politieke wil moeten laten zien om de verwarming van de aarde af te remmen. Dit is alleen mogelijk wanneer u de veengebieden beschermt!

Elk jaar hebben zowel de inwoners van Borneo en andere Indonesische eilanden als ook de buurtlanden te kampen met rook, stof en bosbranden. De gevolgen zijn ziektes van de luchtwegen en dood. De staat heeft echter de taak om de gezondheid van zijn burgers te beschermen!

De vernietiging van bossen kan nieuwe virussen laten vrijkomen. Het is daarom onbegrijpelijk dat je in tijden van een pandemie precies het tegenovergestelde plant van wat daadwerkelijk nodig is: het herstel van veengronden en de bescherming van de laatste regenwouden.

Tenslotte waarschuwen milieuactivisten in een openbare verklaring dat het economisch beleid niet gebaseerd mag zijn op de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. In plaats daarvan zou Indonesië de veelvuldige lokale landbouw moeten bevorderen.

Ik sluit me aan bij de eisen van de Indonesische groepen en milieuactivisten, vooral omdat Indonesië een leidende rol heeft om de klimaatverwarming en pandemieën tegen te gaan die hun oorsprong hebben in de verwoesting van het regenwoud – de habitat van de natuurlijke fauna.

Met vriendelijke groet,

Deze petitie is ook beschikbaar in de volgende talen:

124.714 deelnemers

Help ons 150.000 te bereiken:

Laatste activiteiten“